Eén Brussels datacenter gebruikt naar schatting 3% van de stroom
Een nieuw datacenter in Brussel, een gebouw vol servers, gebruikt in zijn eerste fase naar schatting 3% van alle stroom in de hoofdstad. Een Brussels parlementslid vraagt een kader.
AI-ondersteund artikel — automatisch opgesteld en gecontroleerd op feiten. Transparantiemelding conform artikel 50 van de EU AI Act.
Een nieuw datacenter in Brussel, een gebouw vol servers, gebruikt naar schatting 3% van alle stroom in de hoofdstad. Dat meldt The Bulletin. Het gaat om de eerste fase van het datacenter, die naar schatting 140 gigawattuur per jaar verbruikt. Vanaf 2028 komt dezelfde capaciteit erbij. Het geschatte waterverbruik is 140.000 kubieke meter per jaar.
Het datacenter heet KevlinX BRU01 en staat in de Brusselse wijk Neder-Over-Heembeek. Het wordt omschreven als klaar voor AI en was eind vorig jaar voltooid. De ingebruikname verloopt in twee fasen. De eerste fase heeft 16 megawatt aan servercapaciteit en start naar verwachting binnenkort. De tweede fase voegt nog eens 16 megawatt toe, op een moment na 2028.
Brussels parlementslid Lotte Stoops (Groen) vindt dat het gewest moet beslissen hoeveel van zulke datacenters het aankan. Ze wil ook weten welke investeringen het stroomnet nodig heeft. Brussel heeft volgens haar geen strategie om zulke projecten te beoordelen. Elke megawatt aansluitingscapaciteit die naar servers gaat, kan volgens haar niet meer naar een ziekenhuis, een tramstelplaats of een laadpunt.
Staatssecretaris Audrey Henry (MR) verdedigde het datacenter. In haar antwoord op parlementaire vragen schrijft ze dat de milieuvergunning bepaalt dat minstens 75% van de restwarmte moet kunnen worden teruggewonnen. KevlinX tekende ook een intentieverklaring met netbeheerder Sibelga om die warmte te gebruiken in een toekomstig warmtenet. Volgens Stoops zijn er goede bedoelingen, maar nog geen concrete plannen voor die restwarmte.
Er komt mogelijk meer. Het bedrijf Ark Data Centre plant een ander datacenter van vergelijkbare grootte in Brussel, zonder vastgelegde locatie. Het bedrijf heeft al een site in Ganshoren, die in 2027–2028 operationeel moet zijn.
Wat betekent dit voor Vlaanderen en België?
Voor Brussel ligt er nu een beleidsvraag: hoeveel stroom en water mag een datacenter krijgen, en wat gebeurt er met de restwarmte? Stoops vraagt een kader met waarborgen over het waterverbruik, het gebruik van drinkwater en mogelijke PFAS in de koeltoren, plus een tijdschema voor het hergebruik van de warmte.
Buiten Brussel is dit voorlopig geen beslissing. Wie in zijn gemeente of regio een datacenter ziet aankomen, kan dezelfde punten navragen: het verwachte stroomverbruik, het waterverbruik en de plannen voor de warmte.