Bijna kwart van schriftelijke Kamervragen nu volledig door AI geschreven
Onderzoek van Het Nieuwsblad toont dat 22,5% van de schriftelijke vragen van Kamerleden aan de regering volledig door AI is opgesteld, nog eens 20,4% gedeeltelijk. Kamervoorzitter Peter De Roover sluit strengere regels niet uit.
AI-ondersteund artikel — automatisch opgesteld en gecontroleerd op feiten. Transparantiemelding conform artikel 50 van de EU AI Act.
Bijna een kwart van de schriftelijke vragen die Kamerleden aan de regering stellen, is intussen volledig door AI geschreven. Dat blijkt uit onderzoek van Het Nieuwsblad, dat met behulp van artificiële intelligentie honderden vragen uit de periode 2022 tot 2026 met elkaar vergeleek: 22,5 procent van de vragen bleek volledig AI-werk, nog eens 20,4 procent gedeeltelijk. Kamervoorzitter Peter De Roover (N-VA) noemt de groei “exponentieel” en sluit strengere regels niet uit als het systeem “stropt”.
Kamerleden gaan zeer verschillend met de technologie om. Arthur Orlians (Anders) gebruikt AI naar eigen zeggen “voor vertalingen en om wetteksten te doorploegen, maar niet om vragen op te stellen” — hij waarschuwt: “Je mag AI nooit jezelf laten vervangen.” Eva Demesmaeker (N-VA) zet het pas op het einde van het proces in, “om te checken”. De Roover zelf ziet vooral een probleem in de omvang: “Het wordt heel makkelijk om een hele reeks vragen in te dienen die niet echt betekenisvol zijn.” Mocht het systeem overbelast raken, dan wil hij “rond de tafel gaan zitten” over striktere regels.
Schriftelijke vragen zijn een basisinstrument van parlementaire controle: elk Kamerlid kan er de regering mee verplichten om binnen een termijn te antwoorden, en ministers en hun administraties moeten die antwoorden voorbereiden. Een vraag opstellen kostte tot voor kort tijd en uitzoekwerk — precies het deel dat generatieve AI nu makkelijk overneemt.
Wat betekent dit voor Vlaanderen en België?
Het gaat hier niet om een AI-toepassing die ergens buiten de politiek opduikt, maar om een verschuiving in de werking van de federale Kamer zelf. Als AI het opstellen van vragen goedkoper maakt in tijd en moeite, ligt het voor de hand dat het aantal vragen stijgt — en dat is precies wat De Roover als probleem signaleert: niet AI-gebruik op zich, maar een mogelijke verwatering van wat een parlementaire vraag betekent wanneer ze bijna kosteloos wordt om te stellen.
Dat spanningsveld tussen sneller werken met AI en de waarde van het onderliggende instrument bewaren, speelt breder dan de Kamer alleen. Ook de Vlaamse administratie experimenteert intussen met AI-ondersteuning, zoals we eerder schreven naar aanleiding van de hoorzitting over het cd&v-plan voor een AI-offensief. Het verschil is dat het hier niet om een toekomstig beleidsvoorstel gaat, maar om een praktijk die nu al meetbaar is: zowat 43 procent van de schriftelijke vragen kreeg de voorbije jaren AI-hulp, geheel of gedeeltelijk, en zonder dat daar vandaag regels voor bestaan.