EU-lidstaten willen onvoorwaardelijk bezwaarrecht tegen AI-training uit GDPR-hervorming schrappen
Een Raadstekst van 3 september 2026 schrapt de AI-waarborgen en het onvoorwaardelijke bezwaarrecht die de Commissie had voorgesteld voor het verwerken van persoonsgegevens 'in de context van AI'. Privacyorganisatie noyb spreekt van digitale onteigening; het voorstel is nog geen wet.
AI-ondersteund artikel — automatisch opgesteld en gecontroleerd op feiten. Transparantiemelding conform artikel 50 van de EU AI Act.
Een compromistekst die het Ierse voorzitterschap van de Raad van de EU op 3 september 2026 onder lidstaten rondstuurde, wil een centraal onderdeel van de privacybescherming bij AI-training afzwakken. Volgens die tekst — onderdeel van het bredere Digital Omnibus-voorstel — zouden bedrijven persoonsgegevens mogen verwerken “in de context van AI” op basis van een gerechtvaardigd belang (artikel 6, lid 1, punt f, van de GDPR), zonder de specifieke AI-waarborgen die de Europese Commissie daarvoor had voorgesteld. De Oostenrijkse privacyorganisatie noyb bracht het document op 21 september 2026 naar buiten; het Belgische ITdaily berichtte er op 28 september 2026 over.
Het gaat om een herziening van wat de Europese Commissie op 19 november 2025 nog als artikel 88c had voorgesteld, mét expliciete AI-waarborgen en een onvoorwaardelijk recht van bezwaar voor de betrokkene. In de Ierse Raadstekst — hernummerd tot artikel 88bis — zijn die specifieke waarborgen geschrapt. “Onder deze voorstellen zouden de winsten van AI-bedrijven zwaarder wegen dan het Europese grondrecht op privacy. Dit is niets anders dan een digitale onteigening van Europeanen,” reageert Max Schrems, bekend van de Schrems I- en II-arresten, namens noyb. Volgens noyb steunen onder meer Duitsland en andere grote lidstaten de afgezwakte versie.
Belangrijk om mee te geven: dit is een onderhandelingspositie van de Raad, geen wet. De Raad moet zijn eigen mandaat nog afronden, en pas daarna volgen onderhandelingen met het Europees Parlement. Zolang dat proces loopt, blijft de huidige GDPR onverkort van kracht.
Wat betekent dit voor Vlaanderen en België?
Wordt artikel 88bis in deze vorm aangenomen, dan geldt het ook voor wie in Vlaanderen of België persoonsgegevens verwerkt om AI-modellen te trainen: een beroep op gerechtvaardigd belang zou dan volstaan zonder de extra AI-waarborgen die de Commissie had voorgesteld. Voor Belgische burgers wiens gegevens zo verwerkt worden, verdwijnt dan het onvoorwaardelijke recht van bezwaar dat de Commissie voor hen had voorzien; wat overblijft, is het algemene recht van bezwaar uit artikel 21, lid 1, van de GDPR, schrijft ppc.land. Zolang de tekst een onderhandelingspositie blijft, verandert er voor hen nog niets.